Villa Grijpsheert

Van Koloniaal Handelshuis tot Hackerspace (2010-2019)

Het Huis waar de Robots Woonden

Hoe een koloniaal monument in Den Haag tien jaar lang onderdak bood aan Theo's Mechanische Aap

Aan de Alexander Gogelweg 12 in Den Haag staat een gebouw waar verleden en toekomst samenkomen. Villa Grijpsheert, een rijksmonument uit 1906, herbergde tot 2019 Theo's Mechanische Aap – een werkplaats waar makers, ingenieurs en innovators werkten aan robotica, vliegende machines en andere technische vindingen.

Satellietbeeld Alexander Gogelweg
Satellietbeeld van de Alexander Gogelweg – Villa Grijpsheert aan nummer 12, omringd door ambassades en groen

Een huis van smaragdgroene herinneringen

De geschiedenis van Villa Grijpsheert begint in het koloniale tijdperk, toen Den Haag functioneerde als het administratieve hart van het Nederlandse koloniale rijk. In 1906 gaf W.E. de Waard, directeur van de Maatschappij tot Exploitatie der ondernemingen Kremboong Toelangan, Sindangwangi en Gadoenbatoe, opdracht aan architect Eduard Gerard Hendrik Hubert Cuypers om een villa te ontwerpen die recht deed aan zijn status en ervaring in Nederlands-Indië.

Cuypers (1859-1927) was een bijzondere architect. Gespecialiseerd in opdrachten voor Nederlands-Indische bedrijven, ontwikkelde hij een unieke signatuur waarin hij Nederlands-Indische en Chinese architectuurelementen liet versmelten met Europese historiserende stijlen. De bakstenen gevel van Villa Grijpsheert, versierd met een fries van siermetselwerk, getuigt van deze architectonische synthese. Het is een gebouw dat twee werelden verbindt: de tropische koloniale ervaring en de deftige Haagse stedenbouw.

De Alexander Gogelweg werd in het begin van de twintigste eeuw een gewilde locatie voor directeuren van koloniale ondernemingen die terugkeerden naar Nederland. Villa Simpang op nummer 4, eveneens ontworpen door Cuypers – ditmaal in 1914 voor Johan Anthony Stoop, mededirecteur van de Dortse Petroleum Maatschappij – deelt dezelfde architectonische karakteristieken. Deze villa's vormden een prestigieuze enclave, een weerspiegeling van Nederlands-Indië in het hart van de hofstad.

Villa Grijpsheert circa 1911
Villa Grijpsheert circa 1911, vlak na de bouw
Villa Grijpsheert voorzijde 2025
Villa Grijpsheert voorzijde, juni 2025
Villa Grijpsheert zijkant 2025
Villa Grijpsheert zijkant, juni 2025

Hendrik bracht de aap naar de villa

Villa Grijpsheert aan de Alexander Gogelweg werd rond 2010 gekraakt door kunstenaarsvereniging Luxus. Wat begon als een statement over leegstand en cultuurruimte, groeide uit tot een langdurig project. De verbinding tussen Luxus en Theo's Mechanische Aap kwam tot stand via Hendrik, een Belg die vaste bezoeker was van de underground-scene in Den Haag. Hendrik kende zowel de mensen van Luxus als de makers van Theo's Mechanische Aap, en hij zag in dat de combinatie van kunstenaars en technische tinkerers perfect zou werken. Dankzij zijn netwerk en enthousiasme kreeg Theo's Mechanische Aap, een half jaar tot een jaar na de kraak, een kamer in de kelder toegewezen. Het was een symbiose die werkte: boven de kunstenaars, beneden de makers.

Eén verdieping hoger bevond zich de werkplaats van Rob Hordijk, synthesizer-ontwerper en grondlegger van een heel universum aan zelfgebouwde elektronische muziekinstrumenten. Hordijk was een legende in de wereld van modulaire synthesizers – zijn ontwerpen zoals de Blippoo Box en de Benjolin combineerden chaos-theorie met analoge elektronica, resulterend in instrumenten die niet zozeer gespeeld als wel verkend werden. Zijn Rungler-circuit, een eigenzinnige digitale logica-module die onvoorspelbare patronen genereerde, werd wereldwijd gekopieerd door andere ontwerpers. In zijn werkplaats in Villa Grijpsheert ontwikkelde en bouwde Hordijk zijn instrumenten, gaf hij workshops aan enthousiastelingen die van over de hele wereld naar Den Haag reisden om van hem te leren. Rob Hordijk overleed in 2022, maar zijn erfenis leeft voort in synthesizers wereldwijd – elk instrument dat zijn Rungler-circuit draagt, is een eerbetoon aan de man die chaos en muziek met elkaar verbond.

Rob Hordijk met zijn Blippoo Box synthesizer
Rob Hordijk met zijn Blippoo Box - een chaotische analoge synthesizer die geluid genereert door onvoorspelbare interacties tussen oscillatoren

Waar koloniale plannen werden gemaakt, solderen nu makers

Meer dan een eeuw na de bouw heeft Villa Grijpsheert een transformatie ondergaan die de makers van toen wellicht niet hadden kunnen voorzien. Waar ooit plannen voor plantage-exploitatie werden gemaakt, worden nu robots gebouwd. Waar koloniale handelaren vergaderden, solderen tegenwoordig liefhebbers aan Arduino-projecten en experimentele muziekinstrumenten.

Theo's Mechanische Aap, jarenlang gehuisvest in het monumentale pand, was een non-profit stichting voor ontwikkeling, innovatie en kennisdeling. De werkplaats faciliteerde ruimte voor makers, organiseerde workshops en cursussen, en stimuleerde creatieve technische ontwikkelingen. Hier ontstonden koffiebranders en autonome vliegmachines, CNC-freesmachines en 3D-printers, poëziefoons en websites, Android-apps en andere zinvolle en nutteloze dingen – ter lering en vermaak.

In de tijd dat Theo's Mechanische Aap actief was in Villa Grijpsheert, werden er regelmatig workshops georganiseerd. Een opmerkelijke editie in maart 2013 was de frauAngelico en microGranny workshop, geleid door de Tsjechische ontwerpers Václav Peloušek en Ondřej Merta van Standuino. Deelnemers konden kiezen uit drie verschillende Arduino-gebaseerde muziekinstrumenten: de microGranny, een compacte sampler die geluidsfragmenten kon opnemen en manipuleren; de fra Angelico, een synthesizer met oscillatoren en filters; en de frauAngelico, een combinatie van beide. De workshop duurde een hele dag, en iedereen ging gegarandeerd met een werkend instrumentje naar huis. Het was representatief voor de filosofie van de werkplaats: kleine Arduino-modules die complexe elektronische muziek toegankelijk maakten voor mensen zonder elektronica-achtergrond. Solderen leren, code aanpassen, geluiden creëren – alles onder één dak, in een villa waar ooit koloniaal kapitaal werd geteld.

microGranny sampler prototype
De microGranny sampler - een Arduino-gebaseerd muziekinstrument uit de Standuino workshop
Workshop activiteit in de villa
Workshops en samen bouwen – de essentie van Theo's Mechanische Aap

De werkplaats werd gedreven door passie: de drang om zelf dingen te maken, techniek te begrijpen en technische innovaties zelfstandig toe te passen. In de historische ruimtes van Villa Grijpsheert, tussen de bakstenen muren die getuigden van een koloniaal verleden, ontstond een nieuw verhaal over verbinding – niet meer door handel en exploitatie, maar door creativiteit, kennis en technologie.

De fries die neerkeek op code

Het is fascinerend hoe goed de architectuur van Cuypers past bij de huidige functie van het gebouw. Net zoals de architect destijds verschillende culturen en tradities in zijn ontwerpen samensmolt, zo verbindt de werkplaats nu verschillende disciplines en kennisdomeinen. De historiserende vormgeving, met zijn mix van Oost en West, vormt een passende omlijsting voor een gemeenschap die experimenteert met grenzeloze technologie.

De sierlijke fries die de gevel siert – eens bedoeld als statussymbool van koloniale rijkdom – keek jarenlang neer op een andere vorm van ambacht. Waar Cuypers vakmanschap toonde in steen en mortel, toonden de makers van Theo's Mechanische Aap hun vakmanschap in code en elektronica, in hout en metaal, in pixels en protocollen.

De mensen die de villa leefden

Tot op dit moment wordt het pand nog steeds bewoond en beheerd door Luxus. In diezelfde kelder waar Theo's Mechanische Aap ooit experimenteerde met elektronica, zit tegenwoordig EVsmart – een bedrijf dat hardware en software ontwikkelt voor laadpalen. Het is een opmerkelijke voortzetting van de makerstraditie, zij het in een meer andere vorm.

Richard en Det: van kelder naar EVsmart

Richard, tech-guru, woont in de villa sinds de kraak. Een lange, slanke man met lang haar en vaak een baard – het prototype van de hacker pur sang. Hij kan compilers optimaliseren, toveren met low-level machinecode, elke microcontroller en microprocessor temmen. Bij Theo's Mechanische Aap vond Richard destijds zijn plek, een omgeving waar hij volledig zichzelf kon zijn, waar zijn obsessieve interesse in de diepste lagen van computers niet alleen werd getolereerd, maar gewaardeerd.

Ook Det, een van de founding members van Theo's Mechanische Aap, vond zijn weg naar EVsmart. Waar anderen zich verloren in abstracte code, hield Det van het tastbare: brommers, bij voorkeur Puchjes met de geur van tweetakt nog in het zadel. Zijn handen konden evengoed een carburateur uit elkaar halen als een constructie voor een vliegende robot ontwerpen. In de Mechanische Aap-jaren waren zijn ontwerpen de ruggengraat van talloze projecten – elegante mechanische oplossingen voor problemen waar anderen alleen maar programmeercode tegenaan gooiden. Samen met medestanders vloog hij eenlijns vliegers de lucht in, een camera bungelend aan een lijn: Kite Aerial Photography, de wereld bezien vanuit het perspectief van de wind. Bij EVsmart brengt hij diezelfde vindingrijkheid in – een engineer die begrijpt dat technologie uiteindelijk draait om wat je ermee kunt bouwen, niet alleen om wat je ermee kunt berekenen.

De mensen: Ruud, Klokkenboer, Harry

Tussen al het technische geweld is Ruud een vaste bezoeker, kunstenaar en filosoof. Waar anderen solderen, schildert Ruud. Waar anderen code debuggen, filosofeert hij over de aard van alles en niets – en vooral over wat alles en niets precies is, en wat het precies niet is, want dat onderscheid, zo benadrukt hij graag, is van wezenlijk belang. Ruud kan urenlang praten, zijn woorden verweven in eindeloze gedachtespinsels die even vermakelijk als verwarrend zijn. Zijn handen zijn even bedreven met een penseel als met een gitaar – een briljant tekenaar en schilder, die tussen de robots door kunst creëert. Voor Theo's Mechanische Aap maakte hij movieQ, een animatie over Alles en Niets, hier en Nu – frame voor frame met de hand getekend, een film die de essentie van het ZIJN uitlegt op een manier die geen technische documentatie ooit zou kunnen. Een kunstwerk over makers, gemaakt door een maker die zich nooit helemaal thuis voelt in de wereld van printplaten en microcontrollers, maar des te meer in de ruimte ertussenin.

Dan was er Klokkenboer, een vriend van Rein sinds 1995, en een figuur die de grenzen van digitale voorzichtigheid geregeld opzocht. Samen hadden ze urenlang geklooid met Crazybytes, games, films – alles wat de vroege digitale wereld te bieden had. Klokkenboer verwierf bekendheid om een nogal bijzondere gave: binnen vijftien minuten na het aanzetten van een computer kon hij, moeiteloos en met een bijna bovennatuurlijke precisie, malware installeren door het bezoeken van dubieuze websites. Het was een talent waar niemand om had gevraagd, maar dat niettemin onmiskenbaar aanwezig was. Zijn bijnaam dankte hij aan een even ambitieus als eigenzinnig zakenplan: horloges van AliExpress verkopen, bij voorkeur aan bekende Nederlanders. De onderneming leverde meer anekdotes op dan winst. Tegenwoordig heeft Klokkenboer zijn leven gebeterd. Getrouwd, vader van drie kinderen, en – naar verluidt – geen malware meer geïnstalleerd sinds jaren. Wel komt hij nog regelmatig naar Emmer-Compascuum, waar hij met Rein fikjes stookt in alle beschikbare fiktonnen, een bezigheid die aanzienlijk veiliger is dan zijn vroegere digitale avonturen.

Een ander type avonturier is Harry, bijgenaamd "the spaceman" – en dat niet zonder reden. Waar anderen op aarde blijven, werkte Harry jarenlang in de rocket science, letterlijk. Hij was een echte raketgeleerde, een van die zeldzame mensen voor wie de term geen metafoor is maar een functieomschrijving. Jaren bracht hij door in Spanje, waar hij werkte aan het Galileo-systeem, Europas antwoord op GPS. Tussen de satellieten en navigatieberekeningen door vond hij ook zijn liefde – een Spaanse romance die begon tussen de sterren en eindigde op aarde. Terug in Nederland blijft zijn hoofd gedeeltelijk in de ruimte, maar zijn handen vonden een nieuw domein: het schaakbord. Bij Theo's Mechanische Aap was Harry de man die even gemakkelijk over baanberekeningen spreekt als over gambietopeningen, die dezelfde analytische scherpte toepast op pionnenstructuren als op rakettrajecten. Een spaceman die begrijpt dat schaak, net als ruimtevaart, draait om precisie, strategie, en het vermogen om drie zetten vooruit te denken.

Louis is de man die alles kan maken. Waar anderen ideeën hebben, heeft Louis de handen om ze te realiseren. Lasercutten, frezen, draaien – geen fabricagetechniek is hem vreemd. Zijn specialisatie is grootkeukentechniek: industriële ovens, afzuigsystemen, koelinstallaties – de mechanische ingewanden van professionele keukens houden voor hem geen geheimen. Maar zijn talent reikt verder. Louis kan werkelijk alles op DIY-gebied. Een kapotte 3D-printer? Louis lost het op. Een frame voor een vliegende machine? Louis ontwerpt en fabriceert het. Een obscuur onderdeel dat nergens meer te krijgen is? Louis maakt het zelf. Vanuit zijn eigen werkplaats onder zijn huis – een domein vol gereedschap, machines en half-afgebouwde projecten – voert hij zijn magie uit. Bij de Hornbach bouwmarkt kennen ze hem als vaste klant, een man die met regelmaat langs komt voor materialen, altijd met een nieuw project in zijn hoofd. In de werkplaats van Theo's Mechanische Aap was Louis een luide stem – degene die zei wat er moest gebeuren en hoe, die ervoor zorgde dat ideeën geen ideeën bleven. Als iemand vroeg "Kan dit gemaakt worden?", was het antwoord altijd: "Vraag het aan Louis." En Louis zei zelden nee. Hij is de schakel tussen concept en creatie, de man die de kloof tussen theorie en praktijk overbrugt met gereedschap, geduld en een onuitputtelijke kennis van hoe dingen werkelijk in elkaar zitten.

Radio Tonka: de stem vanuit de fundamenten

Jerommel was van een ander kaliber. Waar Harry naar de sterren keek, dook Jerommel in de ingewanden van vergeten apparatuur. Ooit vrijwilliger bij Iets Vrijers, de legendarische kraakdisco naast de oude Asta bioscoop, had Jerommel zijn kraakpand getransformeerd tot een археологische vindplaats van de elektronische beschaving. Schroefjes, gesorteerd op diameter en schroefdraad. Moertjes, gerangschikt volgens een classificatiesysteem dat alleen Jerommel zelf begreep. Speakers, oscilloscopen, oude versterkers – een universum aan onderdelen wachtte geduldig op hergebruik. Zijn passie was ontmanteling: apparaten uit elkaar halen, niet uit vernietigingsdrang, maar uit eerbied. Elk onderdeel werd zorgvuldig geïnventariseerd, bewaard, klaargemaakt voor een tweede leven. Bij Theo's Mechanische Aap kwam Jerommel regelmatig langs, niet alleen voor de gezelligheid, maar ook om te knutselen – zijn handen altijd bezig, zijn blik altijd zoekend naar wat anderen over het hoofd zagen. In de kelder van Villa Grijpsheert draaide hij als een van de DJs bij Radio Tonka, het piratenzendertje dat vanuit de fundamenten van het monument de ether in drong. Radio Tonka was meer dan alleen muziek – het was een statement, een stukje vrije ruimte in de gereguleerde FM-band, een kloppend hart in de buik van een gekraakt pand. Zondag tot en met vrijdag, van 22:00 tot 02:00, zond het station uit op FM 92.0 in Den Haag. Zoals zoveel kraakpanden in Nederland hun eigen radiozender huisvestten, zo had Villa Grijpsheert Radio Tonka: een piratenstation dat muziek, gesprekken en experimentele geluiden de lucht in stuurde, ver voorbij de muren van de Alexander Gogelweg.

Maar Radio Tonka werd niet alleen gedragen door Jerommel. Natasja en Vida, de dames des huizes, waren ook nauw betrokken bij het radiostation. Zij waren de stille kracht achter de dagelijkse gang van zaken in Villa Grijpsheert – waar anderen droomden en bouwden, zorgden zij ervoor dat het pand zelf overeind bleef. Schoonmaak, organisatie, het op scherp houden van bewoners die liever solderen dan de vuilnis buiten zetten: het was Natasja en Vida die ervoor zorgden dat de villa niet bezweek onder het gewicht van creatieve chaos. Beiden waren ook lid van Radio Tonka, waar hun stemmen tussen de muziek door klonken – een herinnering dat een kraakpand niet draait op idealisme alleen, maar ook op iemand die de was doet en erop let dat de deur 's nachts op slot gaat. In de ecologie van Villa Grijpsheert waren zij de huishoudsters én de mediastemmen, de praktische ruggengraat van een gemeenschap die zonder hen allang in rommel was verdronken. Er deden vele anderen mee aan Radio Tonka: bewoners zoals Bas en Johnny, gasten zoals Foute Man, en natuurlijk Jerommel zelf – samen met talloze andere DJs en gasten die door de jaren heen hun stem leenden aan de zender. Het was een collectief, een roterende cast van presentatoren en muziekliefhebbers die de ether vulden met alles van techno tot experimentele ambient, van politieke debatten tot spontane jam-sessies.

Tussen de beats door bleef Jerommel toch altijd de verzamelaar, de man die wist dat achter elke speaker een verhaal schuilt, en dat oude zooi eigenlijk nooit oud is – alleen nog niet opnieuw gebruikt.

Biesbosch, hunebedden en Don's Mercedes-bus

De gemeenschap van Theo's Mechanische Aap reikte verder dan de werkplaats alleen. Hendrik, Ruud, Jerommel, Detlef en anderen gingen regelmatig samen op stap – expedities die de grenzen van Den Haag verlieten en nieuwe horizonten verkenden. Een van de meest gedenkwaardige tochten was de vaartocht door de Biesbosch, waar het gezelschap tussen riet en wilgen dobberde, ver van soldeerbouten en computerschermen. Later trokken ze naar Drenthe, op bezoek bij de hunebedden – prehistorische monumenten die, net als Villa Grijpsheert, verhalen vertelden over hoe mensen steen en techniek gebruikten om hun wereld vorm te geven. Hendrik, de Belg die de verbinding met de villa had gelegd, was er altijd bij. Hij was meer dan een schakel tussen Luxus en de Aap – hij was onderdeel van de gemeenschap zelf, een vaste aanwezigheid in een wereld van voortdurende verandering.

Don was energie in menselijke vorm. ADHD, prater, organisator – een man die nooit stilzat en altijd drie plannen tegelijk bedacht. Zijn achtergrond verried een zekere affiniteit met het ongereguleerde: vroeger organiseerde hij illegale feesten in de Scheveningse bunkers, betonnen overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog die hij tijdelijk transformeerde tot undergroundclubs. Bij Theo's Mechanische Aap kanaliseerde hij zijn energie in de lucht. Don bouwde een tricopter, een drone met drie rotors in plaats van de gebruikelijke vier. Het ontwerp was pragmatisch tot op het bot: een waterdichte plastic brooddoos voor de elektronica, een frame van goedkope houten latjes die je bij de eerste de beste bouwmarkt kon vervangen. Crashes waren geen ramp maar onderdeel van het proces – hout was goedkoop, reparaties snel. Hij experimenteerde met luchtfotografie en FPV, zijn tricopter zwevend boven Den Haag, beelden vastleggend die de stad vanuit een perspectief toonden dat weinigen kenden omdat commerciële drones nog niet beschikbaar waren voor eht grote publiek. Don was ook prepper, altijd voorbereid op scenario's die anderen niet eens overwogen. Maar in de werkplaats ging het niet om voorraden aanleggen – het ging om bouwen, vliegen, crashen, herstellen, en opnieuw beginnen. Zijn tricopter was een perfecte metafoor voor zijn persoonlijkheid: onconventioneel en altijd in beweging. Hij reed in een oude Mercedes bus, een voormalig ME-voertuig met het gaas nog op de ruiten – een overblijfsel uit een ander leven, toen die bus nog relschoppers vervoerde in plaats van gereedschap. Don had het omgebouwd tot prepbus en rijdende werkplaats, een mobiel magazijn vol materiaal. Regelmatig verscheen hij ermee voor de villa, de bus volgepakt met alles wat Luxus nodig had voor het onderhoud van het kraakpand: hout, gereedschap, verfpotten, ijzerwaren. De gazen ruiten gaven hem iets onverstoorbaars, alsof hij klaar was voor elke situatie, zelfs een die nooit zou komen.

Duco, Trash, Freek – afwezigheid die blijft

Herinneringen aan een tijd die voorbij is, gaan vergezeld van herinneringen aan mensen die er niet meer zijn. Sommigen zijn gestorven, anderen verdwenen – maar hun aanwezigheid in die jaren blijft voelbaar. Duco was er een van. Tarotkaartlezer, muzikant, levensoptimist. Hij las de kaarten niet om de toekomst te voorspellen, maar om het heden te begrijpen. Zijn gitaar speelde bluesy, traag, vol vertrouwen in wat komen zou. Kanker nam hem mee, maar zijn optimisme bleef langer hangen dan zijn ziekte. Iedereen verdient een Duco in zijn leven – iemand die gelooft dat het goed komt, zelfs als alle kaarten tegen wijzen.

Trash was een andere wereld. Ex-Satansrijder, afgestudeerd aan de university of life, een man die meer had gezien dan de meesten ooit zouden zien. Hij sprak niet veel over zijn verleden, maar de littekens vertelden verhalen die woorden niet konden dekken. Zijn bijnaam was een eerbetoon aan wat hij achter zich had gelaten, niet aan wat hij was geworden. Toen hij zelfmoord pleegde, liet hij een stilte achter die niemand kon vullen. Sommige mensen dragen teveel om te blijven.

Freek werd aangereden door een vrachtwagen, op de hoek met de Elandstraat. Een kruispunt in een stad vol kruispunten, een moment waarop alles anders had kunnen gaan. Hij was er, en toen niet meer – abrupt, definitief, zonder waarschuwing. Freek was bijzonder op zijn eigen manier, een aanwezigheid die je pas waardeert als die weg is. De Elandstraat blijft gewoon de Elandstraat, maar voor wie hem kende is die hoek nooit meer hetzelfde.

Villa Grijpsheert en de Mechanische Aap was voor een aantal een tweede thuis, maar voor sommigen was het meer dan dat – het was de plek waar ze nog bestonden voordat het leven hen wegspoelde. Duco, Trash, Freek: geen oprichters, geen lead engineers, geen hoofdrolspelers in het grote verhaal. Maar wel mensen die ertoe deden, die meetelden, wiens afwezigheid nog steeds voelbaar is in de schaduwen van de villa. Hun verhalen verdienen verteld te worden, al was het maar omdat vergeten pijn doet op een manier die herinneren verzacht.

Verhalen uit de werkplaats

Vliegtuigen in bomen en bij het Catshuis

Niet alle vliegexperimenten verliepen even vlekkeloos. Op een middag stonden Rein en Det met een afstandsbestuurd vliegtuigje van vijfentwintig euro uit de speelgoedwinkel te experimenteren boven de keerlus voor boten aan de Alexander Gogelweg. Een onschuldige bezigheid, ware het niet dat ze zich in Zorgvliet bevonden, de ambassadebuurt waar elk verdacht object argwaan wekt. Politiewagens begonnen langzaam langs te rijden, nieuwsgierig naar wat zich daar afspeelde in de lucht. Toen greep de wind in. Het vliegtuigje dreef af richting het park bij het Catshuis – het werkpaleis van de minister-president – en stortte neer in het zwaar beveiligde gedeelte. De beveiliging was niet gecharmeerd. Het vliegtuigje werd geconfisqueerd, het avontuur abrupt beëindigd.

UAS vliegend boven het Catshuis
Een UAS boven het Catshuis – de vliegexperimenten die de buurt op scherp zetten

Het bleef niet bij dat ene incident. Bomen in de buurt van Villa Grijpsheert werden langzaam maar zeker een begraafplaats voor afgedwaalde vliegtuigjes. Elke crash leidde tot een terugkerende ritueel: de volgende dag verschijnen met een telescoophengel van zes meter, geduldig proberen het toestel uit de takken te vissen. Lukte dat niet, dan maar de dag erna weer terugkomen. Het was een absurde vorm van volharding – maar ook typerend voor de Mechanische Aap-mentaliteit: blijven proberen, blijven experimenteren, ook als de wereld – of in dit geval, de bomen – tegenwerkt.

De val in het duindoorn

Westduinpark Den Haag
Het Westduinpark – waar Don's tricopter neerstortte in het duindoorn

Don's brooddoos-tricopter had al talloze vluchten overleefd – crashes waren immers onderdeel van het ontwerp, snel te repareren met nieuwe houten latjes. Maar die ene dag in de Haagse duinen liep het anders. Tijdens de vlucht viel plotseling een van de motoren uit. Het apparaat verloor zijn balans, begon te tollen, en stortte neer – meer dan driehonderd meter verticaal, rechtstreeks het ondoordringbare duindoornstruikgewas in. De tricopter zelf was vervangbaar, het ontwerp maakte dat mogelijk. Maar Don had net zijn nieuwe GoPro-camera gemonteerd, een investering die pijn deed om te verliezen.

Wat volgde was een zoektocht die vijf dagen duurde. Gewapend met kapmessen wrongen Richard en Don zich door het dichte, stekelige struikgewas – duindoorn dat zich vastklampt aan alles wat erlangs komt, een natuurlijke verdedigingsmuur van doornen en taaie takken. Meter na meter doorkruisten ze het gebied, systematisch, methodisch, gedreven door de hoop dat ergens tussen dat groen de camera nog intact zou zijn. Op de vijfde dag vond Don hem. De tricopter, ernstig beschadigd maar herkenbaar, de brooddoos intact, de houten latjes gebroken. En daar, nog steeds bevestigd aan het wrak: de GoPro. Intact. Don drukte op play. De beelden waren er allemaal – de vlucht, het moment waarop de motor uitviel, de duizelingwekkende val, het abrupte contact met de grond. Driehonderd meter vrije val, vastgelegd in haarscherp detail. De euforie was compleet. Niet omdat de tricopter gered was – die was allang verloren – maar omdat de val zelf bewaard was gebleven, een perfect opgenomen catastrofe die niemand had verwacht ooit terug te zien.

De poëziekluis voor het Huis van Gedichten

In opdracht van het Huis van Gedichten in Den Haag ontwikkelden Detlef en Rein een apparaat dat automatisch gedichten voorleest aan voorbijgangers. De poëziekluis – zoals het apparaat werd gedoopt – was een fusie van hardware en literatuur, een technische interventie in de openbare ruimte. Een PIR bewegingssensor detecteerde wanneer iemand naderde. Tussen acht uur 's ochtends en negen uur 's avonds werd een gedicht ten gehore gebracht via een ingebouwde MP3-speler, versterker en speakers. 's Nachts sliep het apparaat, stil als de straat om hem heen.

Het ontwerp werd gebruikt tijdens het Hussemfestival in oktober 2011, onder andere in Theater Dakota. De poëziekluis stond opgesteld voor de villa, waar voorbijgangers werden verrast door plots opklinkende verzen. Poëzie als ambient experience, techniek als platform voor kunst. Het project was typisch voor Theo's Mechanische Aap: pragmatisch ingenieurschap ingezet voor culturele doeleinden. Geen grootse installatie, maar een simpel, functioneel apparaat dat deed wat het moest doen – gedichten delen met wie toevallig langskwam. Het schema en de software werden openbaar gemaakt, gratis te gebruiken voor iedereen die zijn eigen poëziekluis wilde bouwen. Want technologie, zoals poëzie, was er om gedeeld te worden.

Poëziekluis
De poëziekluis – waar technologie en poëzie elkaar ontmoeten op straat

Harry's zonne-oven: koken met karton en keukenfolie

Harry, de raketingenieur die zijn dagen bij Galileo doorbracht met het berekenen van satellieten en zijn avonden bij de Aap met schaken, had een fascinatie voor eenvoudige oplossingen voor complexe problemen. Tijdens een vakantie in 2013 besloot hij een solar oven te bouwen – een prototype gemaakt van materialen die iedereen heeft: twee kartonnen dozen, een stukje plexiglas, een rol keukenfolie, ducttape en lijm. Het principe was even simpel als effectief: de twee dozen pasten in elkaar, de ruimte ertussen geïsoleerd met piepschuim en krantensnippers. Door de binnendoos af te sluiten met plexiglas ontstond een broeikaseffect. Een reflector rondom de bovenkant, bekleed met keukenfolie, zorgde ervoor dat zonlicht vanuit alle hoeken naar binnen werd gereflecteerd.

Het resultaat overtrof de verwachtingen. Twee dagen later, 's ochtends vroeg neergezet en af en toe gedraaid richting de zon, haalde de oven een temperatuur van 102 graden Celsius – dit terwijl de buitentemperatuur onder de 20 graden bleef. Het was een bewijs dat je met minimale middelen maximale resultaten kon behalen, zolang je de natuurkunde begreep. Harry noteerde meteen zijn volgende stap: een betere bouwen, betere materialen gebruiken. Want voor iemand die gewend was aan de precisie van ruimtevaarttechniek, was dit prototype slechts het begin. De zonne-oven was meer dan een experiment – het was een statement over toegankelijkheid. Je hoefde geen dure apparatuur te hebben om technologie te benutten. Een paar kartonnen dozen, wat keukenfolie, en inzicht in thermodynamica waren genoeg.

Harry met zijn zonne-oven
Harry met zijn zonne-oven – 102°C bereikt met karton en keukenfolie

Tafelen tussen de printplaten

Tussen het solderen en programmeren door werd er gegeten – en niet zuinig. Tweede Kerstdag was een vast ritueel: de hele werkplaats transformeerde tot eetgelegenheid, een gourmet-set of grilplaat midden op de werktafel, Gekke Natasja in haar element, de mechanische apen rondom verzameld. Het was een opmerkelijk schouwspel: waar overdag gewerkt werd aan circuits en robots, werd 's avonds vlees gegrild en kaas gesmolten, de geur van eten mengend met de vertrouwde lucht van soldeertin en flux en rookwaren.

Thuisbezorgd.nl had een goede klant aan de Aap. Indische rijsttafels arriveerden in stapels dozen, pizza's kwamen in torenhoge stapels, tapas verschenen in oneindige variatie. Het was een culinaire parade die de werkplaats regelmatig overspoelde – niet uit gebrek aan kookkunst, maar uit gemak en gezelligheid. Waarom zelf koken als je midden in een project zit en de honger toeslaat? Een paar clicks, een halfuur wachten, en de tafel stond vol. Bij mooi weer verplaatste het feest zich naar de tuin. De barbecue ging aan, iedereen nam wat mee – worstjes, salades, bier, wijn, dingen die niemand kon thuisbrengen maar die iedereen wilde proeven. Tot laat in de avond bleef het gezellig, de rook van de grill vermengd met gesprekken over code, hardware, en het leven. Eten was geen bijzaak in de werkplaats – het was de smeerolie die de gemeenschap draaiende hield, de pauze tussen projecten, het moment waarop iedereen even geen maker was maar gewoon mens.

Naast Theo Jansen op de Makerfaire

In oktober 2013 trok Theo's Mechanische Aap naar Groningen voor de Makerfaire – het jaarlijkse festival voor vindingrijkheid waar makers, bouwers en knutselaars hun werk toonden aan de wereld. Richard, Ruud, Detlef, Rob Hordijk en Rein reden noordwaarts met een busje vol elektronica: robots die vanzelf koers hielden, Blippoo Boxes die chaotische geluiden produceerden, modulaire synthesizers die bezoekers zelf mochten programmeren. Rob demonstreerde zijn legendarische Blippoo Box – het instrument dat klank genereerde door chaos te omarmen in plaats van te beheersen. De stand van Theo's Mechanische Aap was een interactief spektakel – geen statische expositie, maar een levende demonstratie van wat je kon bouwen als je een soldeerbout, Arduino's en te veel vrije tijd had.

Maar de ware verrassing zat naast hen. De stand van Theo Jansen, de kunstenaar achter de legendarische Strandbeesten – gigantische kinetische sculpturen die door windkracht over het strand bewegen. Waar Theo's Mechanische Aap werkte met circuits en code, werkte Jansen met PVC-buizen, plastic flessen en de wetten van de mechanica. Toch waren de twee Theo's broeders in geest: beide groepen bouwden autonome wezens die zich zonder externe besturing door de wereld bewogen. De Strandbeesten bewogen door wind, de robots van TMA door algoritmes. Beide groepen geloofden dat techniek niet alleen functioneel hoefde te zijn, maar ook poëtisch. Bezoekers liepen heen en weer tussen de twee stands, gefascineerd door het contrast: de organische elegantie van Jansen's buizen naast de digitale chaos van TMA's printplaten. Twee filosofieën van autonomie, zij aan zij op een beursvloer in Groningen.

Makerfaire Groningen 2013
Makerfaire Groningen 2013 – waar robots en Strandbeesten elkaar ontmoetten

Kino breekt door de beveiliging

Kino bij Villa Grijpsheert
Kino – de hond die onbedoeld een beveiligingslek blootlegde in de ambassadebuurt

Kino, Rein's hond, was een vast onderdeel van de werkplaats. Hij lag vaak rustig in een mand bij Rein's voeten te slapen, onverstoord door het geroezemoes van soldeerboutjes en klikkende toetsenborden. Een paar keer per dag vroeg hij om een ommetje – de Alexander Gogelweg langs, voorbij de ambtswoningen van de ambassadeurs van Zuid-Afrika en Israël, het water bereikend waar honden vrij mochten lopen. Het was een wandeling door een van de zwaarst bewaakte straten van Den Haag, camera's overal, beveiligingspersoneel alert op alles wat bewoog. Kino deed zijn behoefte onder het toezien oog van de Mossad-camera's bij de Israëlische ambassade – een hond die onbewust deel uitmaakte van diplomatieke surveillance.

Op een middag, bij het losloopgebied aan het water, gebeurde het. Kino nam plotseling een sprint, richting het einde van het pad waar de ambtswoning van de Zuid-Afrikaanse ambassadeur stond. Het hek stond open – een zeldzaam moment, een vergissing misschien, of gewoon toevallig slechte timing. Kino aarzelde niet. Hij rende de tuin in, door een openstaande deur naar binnen, en verdween in het gebouw. Rein volgde tot het hek, zijn hart bonzend – niet uit angst voor Kino, maar uit besef van wat er zojuist was gebeurd. Zijn hond had net eigenmachtig de beveiliging van een ambassadeursresidentie doorbroken. Binnen vond hij Kino, enthousiast spelend met de hond van de ambassadeur, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De ambassadeur zelf verscheen, eerst verbaasd, toen geamuseerd. Hij kon er gelukkig om lachen – ondanks het feit dat een willekeurige hond zojuist door alle beveiligingslagen was heengebroken zonder dat iemand het had kunnen tegenhouden. "Het is toch de hond van een hacker," zou Rein later verzuchten, alsof dat alles verklaarde. Kino keerde terug naar de werkplaats, onbewust van zijn diplomatieke incident, en krulde zich weer op in zijn mand. De beveiliging van Zuid-Afrika had een les geleerd: zelfs de beste systemen zijn kwetsbaar voor een enthousiaste hond met een open hek.

Ambtswoning van de Zuid-Afrikaanse ambassadeur
De ambtswoning van de Zuid-Afrikaanse ambassadeur – waar Kino een beveiligingslek ontdekte
Kino in beweging
Kino in actie – even naar het strand, weg van de de soldeerbouten en de diplomatieke wandelingen

2019: de soldeerbouten koelden af

Begin 2019 kwam er een einde aan Theo's Mechanische Aap in Villa Grijpsheert. Rein, de drijvende kracht achter de werkplaats, verhuisde naar Drenthe en startte daar Hackerspace Drenthe in Coevorden. Het was een nieuwe stap in een voortdurend verhaal van maken en delen, maar dan in een andere context, een andere provincie, een andere gemeenschap.

Villa Grijpsheert bleef achter, haar monumentale muren wachtend op een volgende fase. De jaren waarin robots door de gangen reden en soldeerbouten gloeiden in de historische kamers werden geschiedenis. Maar het idee – dat oude gebouwen nieuwe verhalen kunnen vertellen, dat erfgoed kan worden getransformeerd zonder zijn essentie te verliezen – dat blijft bestaan.

"Villa Grijpsheert blijft, ondanks zijn controversiële koloniale geschiedenis, een gebouw dat werelden verbond. De ironie is niet te missen: waar eens het kapitaal uit de koloniën werd geadministreerd, werd gewerkt aan open-source technologie en kennisdeling. Het was een transformatie die richting gaf aan hoe we met ons gebouwde erfgoed kunnen omgaan – niet door het te negeren, maar door het nieuwe betekenis te geven. Van 2010 tot 2019 was Villa Grijpsheert niet alleen een werkplaats, maar ook een statement: geschiedenis hoeft geen obstakel te zijn voor de toekomst."

De cirkel sluit: EVsmart en Hackerspace Drenthe

De verbinding tussen toen en nu is directer dan het toeval doet vermoeden. Bram, de CEO van EVsmart, nam in de begintijd contact op met Theo's Mechanische Aap. Of ze konden helpen om open-source hardware aan te passen voor laadpalen? Het was precies het soort vraag waar de werkplaats voor bestond: een technisch vraagstuk, de nadruk op open technologie, de wil om samen iets nieuws te bouwen.

Tegenwoordig is EVsmart een succesvol bedrijf, met meerdere ex-leden van Theo's Mechanische Aap in dienst. De werkplaats is uitgebreid en eindelijk netjes en opgeruimd zonder de chaos van Theo of een mechanische aap. De kennis, de netwerken, de werkwijze – die zijn doorgestroomd in nieuwe structuren. Het is misschien wel de mooiste erfenis van Theo's Mechanische Aap: niet een instituut dat eeuwig voortbestaat, maar een cultuur die zich verspreidt, die wortel schiet op nieuwe plekken.

In de kelder van Villa Grijpsheert, tussen de historische fundamenten van Cuypers' ontwerp, werken Richards vingers nog steeds door code. Boven hem beheren de leden van Luxus een leefgemeenschap in de ruimtes waar eens koloniaal kapitaal werd geadministreerd. De villa leeft voort, een monument dat blijft transformeren. De geest van Theo's Mechanische Aap leeft voort in Hackerspace Drenthe in Coevorden, maar ook hier, in de villa waar het allemaal begon. Geschiedenis herhaalt zich niet, maar ze raakt in Villa Grijpsheert wel steeds opnieuw aan de toekomst – en in een garage in Emmer-Compascuum, waar Rein zijn soldeerstation weer opwarmt, begint het verhaal van voren af aan.

Bronnen:
Monumentenzorg Den Haag, Sporen van Smaragd: Alexander Gogelweg
Nederlands Architectuur Instituut, Archieven Eduard Cuypers
DBNL, Jaarboek Monumentenzorg 1994
Rob Hordijk Foundation, Synthesizer ontwerpen en chaotische elektronica

Links:
Villa Grijpsheert (Luxus): facebook.com/grijpsheert
Radio Tonka (FM 92.0): radiotonka.org
Hackerspace Drenthe: hackerspace-drenthe.nl
Theo's Mechanische Aap: mechanicape.nl