In de herfst van 1991 bevond mijn universum zich aan het Louis Couperusplein 19 in Den Haag. De Sector Informatica van de Haagse Hogeschool — het "Insi" — was gehuisvest in het oude Billiton-gebouw, een monumentaal pand dat nog ademde naar het koloniale verleden van de mijnbouw. Terwijl wij ons boven de groene terminals bogen, keek de geschiedenis op ons neer via gebrandschilderde ramen die de bauxietwinning in Suriname verheerlijkten. Het was een surreële plek: tussen de symbolen van zware industrie en fysieke grondstoffen smeedden wij de eerste regels van een immateriële toekomst.
Binnen die muren regeerde de techniek. Er stond een Gould-mainframe, dat later plaatsmaakte voor een DEC-machine. Bert, onze systeembeheerder, waakte over de serverruimte met de nuchtere autoriteit van iemand die wist dat de boel elk moment kon crashen. Als ik 's avonds vanuit mijn studentenkamer wilde inloggen op mijn account, v902155, begon een ritueel dat nu bijna middeleeuws aandoet. Ik belde met mijn krakende modem naar de server, gooide na de eerste handdruk de haak erop, en wachtte tot de machine me terugbelde. Dit callback-systeem spaarde mijn studentenbudget en beveiligde de toegang. In de digitale stilte verscheen dan de prompt. Onder de alias xvoid begon ik mijn verkenningstocht op Usenet.
In deze wereld was code geen handelswaar, maar een religie. Tijdens de HCC-dagen in de Jaarbeurs van november 1991 kocht ik mijn eerste relikwieën bij de stand van ARIS Technology: tien slappe 5,25 inch diskettes met MINIX. Aan de stand stond Fred van Kempen, alias 'Waltje', een man die in de prille internetgemeenschap een status genoot die grenst aan het mystieke.
Terug op het Louis Couperusplein deed ik wat elke enthousiaste student zou doen: ik deelde de code. Maar de informaticawereld had een scherp randje. Een paar medestudenten — Marco, Eric en Carlo— voerden een sociale hack op mij uit. Ze spoofen een e-mail die afkomstig leek van 'ast@cs.vu.nl', het persoonlijke adres van de maker van MINIX, professor Andrew Tanenbaum. De mail vermaande mij streng over de 'illegale' verspreiding van zijn intellectueel eigendom. Ik schrok me wezenloos en reageerde direct vanaf mijn account 'v902155@si.hhs.nl'.
Wat begon als een flauwe studentengrap, ontaardde in een werkelijke correspondentie met de echte professor. Zijn eerste reactie was nog verward: "What are you talking about?". Maar toen het stof van de verwarring neerdaalde, verschoof zijn toon naar fascinatie. "Interessant," schreef hij, gevolgd door het dwingende: "We moeten praten." Voor Tanenbaum was mijn relaas geen studentenkattenkwaad, maar een cruciaal wapenfeit. "Dit is goed bewijs voor onze rechtszaak," concludeerde hij. Mijn onschuldige poging om code te delen was plotseling een bewijsstuk geworden in het titanengevecht tussen de professor en zijn uitgever, Addison-Wesley, over de vrijheid van zijn creatie. Achteraf bezien hebben Marco, Eric en Carlo me onbedoeld een dienst bewezen — hun grap opende een pad dat mij rechtstreeks naar de bron van de open source revolutie leidde.
Onder druk van de officiële instanties deed ik een pijnlijk offer: ik leverde mijn set diskettes in bij de uitgever. Ik was een digitale banneling geworden, verstoten uit de kathedraal? Het was de professor zelf die de patstelling doorbrak. Hij zag mijn honger naar kennis en fluisterde me — weg van de juristen — een naam in: "Ga naar Fred van Kempen. Hij heeft iets anders. Je kunt het ophalen bij hem thuis in Noordwijkerhout."
In de maanden daarna begon mijn pelgrimstocht. Ik had geen auto, dus nam ik de trein naar Leiden en de bus naar Noordwijkerhout. Het was een dag waarop de Hollandse winter zich van zijn meest meedogenloze kant liet zien. Terwijl de regen in dikke stromen tegen de ruiten sloeg, drukte ik de oranje oortjes van mijn Walkman steviger tegen mijn slapen. Lenny Kravitz zong Let Love Rule. Het was de soundtrack van een revolutie die op dat moment, begin 1992, in volle gang was.
Doornat belde ik aan in Noordwijkerhout. De deur werd geopend door de moeder van Fred van Kempen. Ze bekeek me met moederlijke nuchterheid. "Fred is er niet hoor," zei ze met een glimlach, terwijl ze me bijna binnen trok uit de kou. "Maar ik weet precies waar hij die spullen heeft klaarliggen." Zonder vragen over licenties of Amerikaanse uitgevers overhandigde ze me een stapel handbeschreven diskettes. Het was Linux, inclusief de beruchte NET-2 stack waar Fred aan werkte.
Terug in mijn studentenkamer begon de werkelijke worsteling. De diskettes bevattan de belofte van een nieuwe wereld, maar de weg erheen bleek een doolhof van cryptische foutmeldingen en onbegrijpelijke configuraties. Uren verstreken terwijl ik probeerde het systeem tot leven te wekken, maar telkens stuitte ik op nieuwe obstakels. De installatie weigerde, drivers werkten niet, de bootloader bleef mysterieus. In wanhoop wendde ik me tot Edvard, een medestudent wiens reputatie als systeemtovenaer door de gangen van het Insi fluisterde. Hij kwam langs, keek met de kalmte van iemand die de innerlijke logica van machines doorgrondde, en draaide aan de juiste knoppen. Toen het systeem eindelijk opstartte en de groene letters van de login-prompt op mijn scherm verschenen, voelde ik een euforie die grenst aan het religieuze. Dit was het: Linux op mijn eigen computer. Geen mainframe op afstand, geen gedeelde terminal — maar een volledig, vrij besturingssysteem dat van mij was.
Wie vandaag de dag de archieven van de Usenet-groep 'comp.os.minix' doorzoekt, vindt daar nog steeds de digitale voetafdrukken van die tijd. Tussen de felle discussies over kernels staat de naam van een student: Rein Velt, met zijn onvermijdelijke code v902155. Het zijn de fossielen van een tijdperk waarin een reis door de regen de enige manier was om de toekomst te bemachtigen. De kathedraal van Tanenbaum heeft plaatsgemaakt voor de bazaar van de open source, maar ergens achter de gebrandschilderde bauxiet-ramen van het Louis Couperusplein blijft mijn oude studentennummer getuigen van de dag dat de liefde voor de code won.
Choices Operating System Project. (z.d.). The Tanenbaum-Torvalds debate. University of Illinois. https://choices.cs.illinois.edu/cache/Linus_vs_Tanenbaum.html
Gemeente Den Haag. (z.d.). Louis Couperusplein 19: Voormalig hoofdkantoor Billiton Maatschappij. Monumentenzorg Den Haag. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
Kempen, F. van (Waltje). (1992). NET-2 networking code for Linux [Computer software].
Moody, G. (2001). Rebel code: Linux and the open source revolution. Perseus Publishing.
OpenNet. (z.d.). MINIX information and FAQ. https://opennet.ru/docs/FAQ/OS/minix-info.html
PonderWall. (2019, 2 april). The Linux-Tanenbaum newsgroup debate: Linus Torvalds vs. Andrew Tanenbaum. https://ponderwall.com/index.php/2019/04/02/linux-tanenbaum-newsgroup-linus-torvalds/
Raymond, E. S. (1999). The cathedral and the bazaar: Musings on Linux and open source by an accidental revolutionary. O'Reilly Media.
Tanenbaum, A. S. (1987). Operating systems: Design and implementation. Prentice-Hall.
Tanenbaum, A. S. (1992, 29 januari). LINUX is obsolete [Online forum post]. comp.os.minix. Geraadpleegd via Google Groups Archive.
Torvalds, L. (1991, 25 augustus). What would you like to see most in minix? [Online forum post]. comp.os.minix. Geraadpleegd via Google Groups Archive.
Torvalds, L., & Diamond, D. (2001). Just for fun: The story of an accidental revolutionary. HarperBusiness.
Velt, R. [v902155]. (1991-1992). Correspondentie en discussies [Online forum posts]. Google Groups: comp.os.minix. Geraadpleegd op 11 januari 2026.
Williams, S. (2002). Free as in freedom: Richard Stallman's crusade for free software. O'Reilly Media.